NIEUWS | 16 januari 2021

Onderzoeksrapport naar de ‘moderne’ drugsgebruiker

Management Samenvatting Rapport

Mogelijke behoefte aanbod Drugspastoraat moderne ‘high functioning’ drugsgebruikers

Deny de Jong en Suzanne Kooij

18 december 2020

 

Het bestuur van het Drugspastoraat Amsterdam (DPA) heeft ons in december 2019 het verzoek gedaan om nader onderzoek te doen om de behoefte in kaart te brengen bij zgn. ‘high functioning gebruikers’ (bijv. werkzaam aan de Zuidas) aan het pastoraal aanbod dat het Drugspastoraat kan bieden. Dit is een groep gebruikers die het Drugspastoraat nog niet bereikt. Voor deze opdracht hebben wij in research, verschillende gesprekken en interviews nader inzicht verworven in de definitie van de mogelijke ‘high functioning’ doelgroep(en) van gebruikers, welke behoefte men heeft aan gesprekken en contact over zingeving, welk aanbod daar nu voor beschikbaar is en hoe het Drugspastoraat daarin een rol zou kunnen vervullen. Het rapport, waar dit de samenvatting van is, geeft een globaal beeld van de situatie, behoeftes en wensen van niet- gemarginaliseerde, ‘moderne’ drugsgebruikers en de mogelijke match met het aanbod (pastorale hulp / zingeving) dat het DPA te bieden heeft.

 

Schets van de mogelijke doelgroepen

 

Wij onderscheiden grofweg twee groepen moderne ‘high functioning’ gebruikers, die wij in dit onderzoeksrapport beschrijven:

 

  1. Werknemers van bedrijven met ‘doseringsproblematiek’

 

Verslaving en middelengebruik onder werknemers is groot en wijdverspreid, zoals blijkt uit de cijfers van het Trimbosinstituut (5 % van alle werknemers is verslaafd, 95% van beroepsbevolking drinkt alcohol. 70% krijgt er geen last van maar 30% ondervindt wel problemen hiervan). Alcoholverslaving is op de werkvloer vaak een groter probleem, komt vaker voor dan drugsverslaving. Wij spraken uitgebreid met experts die actief zijn bij grote bedrijven met veel werknemers in Nederland over middelengebruik bij werknemers. Bedrijven en adviesbureaus die organisaties bijstaan als medewerkers verslaafd zijn, wijzen erop dat in het bedrijfsleven een groot taboe rust op het onderwerp ‘verslaving’.

Er moet binnen een bedrijf eerst draagvlak gecreëerd worden, wil het onderwerp ‘verslaving’ of ‘middelengebruik’ überhaupt bespreekbaar zijn. En dan nooit in die termen: er kan hoogstens gesproken worden van medewerkers met een ‘doseringsprobleem’.

Via training, voorlichting en interventie bieden gespecialiseerde adviesbureaus hulp, vanuit het uitgangspunt om functioneringsproblemen te helpen voorkomen en afhankelijkheid tegen te gaan. De angst bij verslaafde medewerkers om op gebruik afgerekend te worden is heel groot en terecht. Er zijn veel werkende mensen met zo’n probleem die nog op de werkvloer functioneren. Maar ze willen niet toegeven dat ze aan het worstelen zijn. Dat zou het einde van hun baan kunnen betekenen. En zolang de verslaving in stilte plaatsvindt, is er geen enkel gesprek hierover mogelijk. Laat staan een gesprek over zingeving.

 

“Hoog opgeleide mensen beantwoorden vragen over verslaving niet op een eerlijke manier. Zij weten heel goed wat sociaal wenselijke antwoorden zijn. De ‘high functioning addicts’ zijn het lastigst te ‘grijpen’.”

 

Er lijkt wel een latente behoefte te zijn aan zingevingsgesprekken bij werknemers die met verslaving worstelen en die ‘uit de kast komen’ of ‘door de mand vallen’. Belangrijker is voor hen echter: zich in het werkleven staande blijven houden en/of proberen af te kicken en clean te blijven (‘harm reduction’ en ‘abstinentie’).

Vanwege de delicaatheid van het probleem (aan de ene kant komt het heel veel voor, aan de andere kant is het een totaal taboe) zou DPA sowieso nooit ‘rechtstreeks’ bij een bedrijf binnen kunnen komen. Wat betreft de individuele belangstelling voor pastorale gesprekken wordt er door gesprekspartners op gewezen dat de associatie met religie of kerk veel mensen ervan zal weerhouden om op doorverwijzing naar het Drugspastoraat te gaan. Het ‘christelijke’ aspect schrikt veel mensen af, mensen vinden ‘zingeving’ gekoppeld aan geloof over het algemeen niet altijd even prettig. En het woord ‘drugs’ in de naam zou mensen ook afschrikken. Die hebben immers niet het beeld van zichzelf dat ze ‘verslaafd’ zijn.

 

Er is wel een aanbod van het Humanistisch Verbond rondom zingeving. Daar worden mensen naar verwezen door arbo-artsen e.d. die worstelen met ‘de vragen des levens’, en bij wie de problemen niet medisch van aard zijn. Overigens is niet elke hulpverlener in staat om vragen over zingeving te identificeren.

In het rapport hebben wij ook een schets gegeven van het traject dat mensen die van hun verslaving af willen kunnen lopen via een afkickkliniek en het zelfhulpnetwerk Narcotis Anonymus. Dit zijn de meest voor de hand liggende routes voor werkende mensen die iets aan hun verslaving willen doen.

 

Wij concluderen dat een aanbod vanuit het Drugspastoraat Amsterdam niet goed aansluit bij werknemers of ‘high functioning addicts’. Wel is ons duidelijk geworden, dat DPA bij de werkende populatie eventueel een rol zou kunnen spelen bij mensen vanaf het moment dat hun arbeidsrelatie beëindigd moet worden omdat zij hun gebruik niet onder controle kunnen krijgen. Dus vanaf het moment dat het echt misgaat en er verder niemand meer is die zich om deze mensen bekommert. Mogelijk is dit te bespreken met de geestelijke verzorgingstak van Jellinek, die wij eerder spraken over mensen die uitbehandeld zijn als potentiële doelgroep en die dan van alle geestelijke ondersteuning gespeend zijn.

 

 

  1. Millennials,’Yogasnuivers’ en festivalgangers

 

De meeste Nederlandse harddrugsliefhebbers van nu – anders dan bijvoorbeeld de heroïnejunkies uit de jaren tachtig – weten het gebruik heel goed te combineren met een gezond en succesvol leven. Bovendien zijn veel drugs lang niet zo schadelijk als tabak en alcohol, stelt drugsexpert Ton Nabben. En een deskundige op het gebied van ‘plant medicine’ signaleert: ‘Het zijn mensen van alle leeftijden en alle ‘rangen en standen’. Van werklozen tot artsen tot CEO’s. De beweegredenen zijn verschillend, maar wat ze allemaal gemeen hebben, is dat ze zich ‘geroepen voelen’ en dat het onafhankelijke geesten zijn. Ondanks het feit dat de ‘mainstream’ dit afkeurt, volgen zij toch hun ‘inner calling’. Sommigen van hen liggen in de knoei met zichzelf, sommigen willen van hun verslaving afkomen, anderen streven naar spirituele groei en bewustzijnsvergroting.’

 

Wil het Drugspastoraat een rol spelen met pastorale gesprekken bij ‘millennials’ die drugs gebruiken, dan zou contact gezocht kunnen worden met dominee Tim Vreugdenhil. Met hem samen zou gekeken kunnen worden of er in gezamenlijkheid een pastoraal aanbod ontwikkeld zou kunnen worden dat aansluit bij de behoeftes van gebruikende ‘millenials’, die Vreugdenhil goed kent. Aangezien deze millennials hun drugsgebruik niet ervaren als verslavend, maar eerder als ‘zingevend’, zou het pastorale aanbod alleen kans van slagen hebben als het nauw zou aansluiten bij het nieuwe paradigma rondom psychedelica, maar dat sluit echter slechts ten dele aan bij het geloof zoals dat in de traditionele kerk wordt beleden. Voor de overige groepen recreatieve gebruikers van middelen die zich in het ‘millennial’ spectrum bevinden geldt, dat er geen behoefte lijkt te zijn aan pastorale zorg.

 

 

Tot slot

Wij schetsen in ons rapport, dat wij maar zeer beperkt mogelijkheden zien voor het DPA om een aanbod te ontwikkelen voor ‘high functioning’ gebruikers in Amsterdam. Bij het antwoord op deze vraag hebben wij gezocht in de sfeer van de werkgevers en bedrijven zelf en in de recreatieve sfeer waar ‘high functioning’ gebruikers zich begeven. In de werksfeer is de behoefte aan een aanbod vanuit DPA zeer gering: alleen in geval van mensen die alsnog door de bodem van hun bestaan zakken en waar geen zorg of hulpverlening meer voor beschikbaar is, zou het DPA een rol kunnen spelen. Bij de recreatieve gebruikers en millennials speelt een mogelijke andere behoefte aan zingeving; hier kan aansluiting bij het aanbod van dominee Tim Vreugdenhil gezocht worden, die eerder heeft laten zien, door deze doelgroep inspirerend gevonden te worden.

 

Om hier werk van te maken is het in beide gevallen noodzakelijk dat het DPA in intensief contact met intermediairs af gaat tasten of er een verwijzing naar de pastors voor zingevende gesprekken gemaakt kan worden. Wat ons treft is dat dit wel totaal andere werelden zijn (de werksfeer en de recreatieve sfeer) dan waar het DPA gewend is om in te opereren. Zingevende gesprekken voeren in die andere werelden vergt een andere aanpak, een andere uitstraling en naam en misschien ook andere mensen die dit belichamen. En niet onbelangrijk, ook een andere financieringsvorm. Zitten die werelden op het DPA te wachten? Die vraag kunnen wij niet stellig bevestigend beantwoorden. Zijn er kansen op een rol: mogelijk door in dialoog te treden met mensen die het veld overzien en de meerwaarde zien van het DPA.